
Dit was een van de volzinnen die over de markt van een fraai dorpje in Noord-Overijssel, Den Ham, zaterdag 8 december 2007 meerdere malen te horen was. In Den Ham speelde zich een kleine reprise af van de Tachtigjarige Oorlog. De Compagnie Grolle had met een elftal vrijwilligers het kampement opgeslagen in de fors omhaagde tuin van de kerk. Van daaruit werd tussen 12 en 20 uur bijna elk uur een optocht gehouden naar de markt, om jonge boerenkerels te ronselen voor het leger van de prins. Ondanks smeekbedes van familieleden lukte het de compagnie de nodige jongelingen voor dit zware maar interessante werk te contracteren. Daaronder een enkeling die wel erg jong was, zoals de twaalfjarige Julian, maar jong geleerd, oud gedaan.
In Den Ham was veel te beleven. Boeren, burgers en buitenlui van Den Ham deden allemaal mee om van de historische entourage een succes te maken. Dominees, kwakzalvers, een verdwaalde Spaanse soldaat, zwervers, marskramers: van alles liep er rond in het plaatsje, waar de ingewanden met snert en spitskool warm werden gehouden. Op een grote plank werd het kadaver van een grote witte wolf meegedragen door de trotse vangers, die hiermee kleine meisjes lieten schrikken. Bij de kerk werden heel wat zweetdruppels vergoten door ambachtslieden, die met eenvoudige werktuigen probeerden het godshuis verder uit te bouwen. Hoewel het waterkoud was bleef het het grootste deel van de dag droog; pas op de terugweg brak het wolkendek echt los.