Affuit nabouwen is millimeterwerk
Door HENK HARMSEN
BELTRUM - Het affuit voor de authentieke Grolse kanonsloop uit 1627 is een zwaar, log houten gevaarte. Maar er komt toch heel wat precisie voor kijken om het oude exemplaar nieuw na te bouwen.
De werkplaats van houtbedrijf Hoffman in Beltrum, zaterdagochtend. Er brandt licht. In de typische zoetige geur die timmerwerkplaatsen kenmerkt, is Henk Somsen nauwgezet en geconcentreerd bezig met een schaafje en een waterpas.
De eerste van twee zijwangen van het affuit voor het Grolse kanon ligt op bokken. Na het uitzagen van de vorm moet het eikenhouten gevaarte helemaal glad en recht worden. Er mag geen hobbeltje meer aan zitten, vindt de vakman kennelijk.
Hij wordt bij zijn werkje ijverig op de vingers gekeken door Wim Nijenhuis en Xander Luttikholt, mannen van de Grolse Compagnie, die het een groot moment achten.
"Dit hout heeft anderhalf jaar gelegen", rekent Nijenhuis uit. "Dat moet, gewoon buiten, om telkens nat te worden en dan weer op te drogen, zodat het loog eruit gaat."
Om zijn woorden te staven toont hij een stuk van het hout, waar de zwammen opzij aan zitten. "Niks erg, het hout moet uitgewerkt zijn."
Er is ook al van alles aan de uiteindelijke bouw vooraf gegaan. Nadat de Compagnie in de Duitse grensstreek een zware omgevallen eik had kunnen overnemen, die vervolgens bij een zagerij in stukken was gezaagd, hadden snaken uit Beltrum 's nachts het hout weggehaald. Toen de Groenlose carnavalsvereniging De Knunnekes niet op hun ludieke eisen wilde ingaan, brachten ze het hout op hangende pootjes terug uit angst voor juridische consequenties.
Gezien de precisie, waarmee timmerman Somsen aan het affuit werkt, zal de bouw nog wel enkele zaterdagen vergen. De oude vermolmde delen worden als mallen gebruikt voor de nieuwe.
Hoewel ze hier en daar erg rot zijn, is de vorm nog goed te herkennen.
Deel voor deel moet worden uitgezaagd, maar omdat de zijwangen niet recht zijn kunnen ze niet onder de zaagmachine.
Als straks alle delen op maat zijn, zijwangen en verbindingsbalken, moeten de gaten worden gemaakt voor de houtverbindingen en gaten worden geboord voor het ijzerwerk. Pas dan kan het geheel worden samengevoegd.
Wim Nijenhuis: "Het oude ijzerwerk wordt bij Reukers in Eibergen helemaal afgestraald. Alleen de niet-zichtbare kanten krijgen grondverf, de buitenkant laten we iets aanroesten en smeren we dan in met lijnolie, net als ze vroeger deden. Ook het houtwerk wordt trouwens met verdunde lijnolie bewerkt, want lak kende men in de Tachtigjarige Oorlog niet."
Een tegenvaller is dat de oude wielen door rotting niet meer te gebruiken zijn en in Dalfsen moeten worden nagemaakt, net als echte ouderwetse karwielen met naaf en houten spaken, maar dan veel zwaarder.
Het complete kanon weegt straks zo'n tweeëeneenhalve ton, dus de wielen moeten zwaar, maar ook breedbeslagen zijn, met een tweeduims hoepel erom, zodat ze niet in de grond wegzakken.
Dit alles kost weer extra geld, zodat de Compagnie Grolle driftig op zoek blijft naar sponsors.
Zeker nu de initiatiefnemers als extra wens ook nog een voorwagen willen, een onderstel met twee extra wielen, waarmee het kanon door paarden kan worden voortgetrokken.
"Het was eigenlijk de voorloper van de tank," zegt Wim. Het streven is bij oktoberfeesten dit jaar in Groenlo in triomf met het kanon door de stad te rijden onder het motto 'Welkom in 1627.'
"Dat kanon, heel Groenlo is er mee opgegroeid, het is een waarmerk. In elk foto-album zitten generaties Grollenaren boven op de loop. Zoiets mag toch nooit verdwijnen", zwijmelt Nijenhuis.